• E-Bestel
    X

Voeding in de zorg, maakt zorgen leuker

FrieslandCampina heeft het online platform ‘Voeding in de Zorg’ gelanceerd. Dit platform biedt kennis en inspiratie over eten en drinken gericht op medewerkers kleinschalig wonen. 

De zorg is de laatste jaren erg veranderd, de groei van kleinschalig wonen is hier een belangrijk onderdeel van. Zorgmedewerkers kleinschalig wonen hebben nu ook de verantwoordelijkheid voor eten en drinken. FrieslandCampina heeft een onderzoek gedaan onder deze medewerkers om hun behoeften in kaart te brengen. Uit dit onderzoek is gebleken dat er een gebrek aan kennis over eten en drinken is, terwijl de behoefte hieraan groot is. Daarnaast gaven de medewerkers aan naar eenvoudige manieren te zoeken om het zorgen op het gebied van eten en drinken leuker te maken. 

Het online platform Voeding in de Zorg biedt en columns van diëtisten over verschillende thema’s als eiwitten en de vernieuwde Schijf van Vijf. Daarnaast biedt Voeding in de Zorg inspiratie om meer plezier uit eetmomenten te halen met eenvoudige recepten gericht op kleinschalig wonen. Hiermee speelt Voeding in de Zorg in op de behoeften van medewerkers kleinschalig wonen en helpt het om zorgen leuker te maken. 

 

Website: www.voedingindezorg.nl 

Voor meer informatie: 033-713 33 3

 

Tips van de verschillende generaties

Van een ervaren collega kun je veel leren, maar een frisse blik van een nieuwe jonge collega kan ook weer leiden tot nieuwe ideeën en inzichten.
Daarom vroegen we José om 5 tips te geven aan haar collega Gül en andersom!

Tips van José voor Gül

  • Werk vanuit je hart! Het is niet altijd makkelijk met de tijdsdruk van nu, maar van aandacht geven en aandacht krijgen wordt iedereen blij.
  • Kijk welke aanpak het beste past bij een bewoner. Soms lukt het je om toch iets voor elkaar te krijgen als je het even iets anders zegt of doet.
  • Zorg dat je je dienst rustig begint en kom eventueel iets eerder. Dat is voor jezelf en voor bewoners fijner.
  • Bewoners eten beter als ze samen eten, Probeer ze daarom zo veel mogelijk samen te laten eten.
  • Soms is het lastig contact te krijgen met iemand die dementeert. Liedjes of versjes van vroeger kunnen dan helpen. Leer er een paar uit je hoofd en probeer het eens uit. Je zult zien dat het werkt!

Tips van Gül voor José

  • ​Bekijk eens een aantal apps. Sommige kunnen écht heel handig zijn. Ik heb wel eens medicijnen herinneringsapp gebruikt voor een bewoner die op een apart tijdstip zijn medicijnen moest hebben. En als ik niet weet of een voedingsmiddel nu wel of niet gezond is gebruik ik de 'KiesIkGezond-app'.
  • Probeer ook eens nieuwe 'moderne' gerechten uit. Sommige ouderen mensen vinden het namelijk best leuk en lekker om eens iets anders te eten!
  • Vraag of familie wil meehelpen bij bepaalde evenementen. We hoeven niet alles alleen te doen en familie wil vaak graag helpen.
  • Steeds meer bewoners zijn niet Nederlands. Vraag eens aan deze bewoners hoe dingen in hun geboorteland gingen of gaan. Misschien brengt het je op ideeën.
  • Veranderingen zijn soms misschien lastig, maar ze bieden ook altijd kansen! Hierin kunnen we van elkaar leren en het beste 'vroeger en nu' gebruiken!

 

Oud en jong leren van elkaar!

Terwijl ik mijn jas ophang aan de kapstok in het voorraadhok, zie ik mijn collega Britt zoals altijd in de week met haar mobiel. 'Wat ben jij aan het doen?', vraag ik. Ik vermoed dat ze aan het appen is met haar vriendinnen, maar dat blijkt niet het geval. Ze maakt foto's van de voorraad met haar mobieltje. 'Dan hoef ik niet steeds heen en weer te lopen als ik de bestelling ga doen', zegt ze. Wat slim bedacht van mijn 24-jarige collega!
Terwijl ik de bewoners op de pg-afdeling waar ik als gastvrouw werk begroet, denk ik hier nog even verder over na. dat ik er nou nooit op ben gekomen om foto's te makne, zou het door mijn leeftijd komen? Maar hé, ik ben 'pas' 47. Maar dan bedenk ik dat het gewoon niet in mijn systeem zit en dat het wél met mijn leeftijd te maken heeft..
Ik besluit mijn jongere collega aan een heus vragenvuur te onderwerpen over generatieverschillen tussen de collega's op het werk in ons verpleeghuis. Daar komen een paar dingen uit: de jongere garde is digitaal handiger, is flexibeler als er veranderingen worden doorgevoerd, is wat enthousiaster, maar..... mist natuurlijk wel de nodige levenservaring, die de oudere generatie wel heeft.
Om mijn bevindingen te staven, want ik ga natuurlijk niet over één nacht ijs, loop ik naar een andere groep waar nog twee collega's zijn en vraag of ik wat vragen mag stellen over dit interessante onderwerp. Ik vertel ze dat Britt altijd foto's maakt van de voorraad om de bestelling sneller te kunnen doen. Mijn collega Gerdien van begin 60 reageert meteen: 'Dat zou niet in me opkomen, ik zou het niet doen, ook nu ik weet dat het zo kan.'
Al pratende komen we op nog meer verschillen uit. De oudere generatie kan veel beter aansluiten bij de behoeftes van de bewoners op het gebied van bijvoorbeeld warm eten. 'Ik zie zelden dat er iemand nog een klontje boter over de groente doet, vroeger was dat standaard', zegt Gerdien.
Mijn conclusie is dat samenwerken met collega's uit verschillende generaties alleen maar meerwaarde heeft. We leren van elkaar, hoe mooi is dat? Terwijl ik later op de fiets nog het een en ander aan het overpeinzen ben, voel ik getril in mijn jaszak. Mijn telefoon! Een appje van mijn collega met een foto van het menu, die was ik vergeten te maken voor mijn archief. Ik app haar meteen terug. Zie je wel, zou oud ben ik niet. ik kan prima overweg met zo'n mobiele telefoon!

 

Ouderenzorg van toen en nu

Werken in de ouderenzorg. Het klinkt heel gewoon, maar wist je dat deze vorm van zorg nog maar 50 jaar bestaat? Alle reden om eens op een rij te zetten hoe de ouderenzorg zich ontwikkeld heeft in de laatste twee eeuwen.

Werken tot je erbij neer viel
Als oudere had je het in het begin van de 19e eeuw zwaar. Je moest werken totdat het echt niet meer ging, anders had je geen inkomen. Als je niet meer kon werken was je overgeleverd aan de armenzorg, een liefdadigheid die meestal door de kerk betaald werd. En kon je je op deze manier ook niet meer redden, dan kwam je terecht in een oudemannen- of oudevrouwenhuis. Weg onafhankelijkheid, weg privacy. Alles werd voor je bepaald en bezoek werd slechts bij hoge uitzondering toegestaan.

Aandacht voor oudere mensen
Pas in de tweede helft van de 19e eeuw kwam er meer aandacht voor oudere mensen en begon politiek zich ermee te bemoeien. Oudere mensen werden gezien als een 'sociaal probleem´ en er ontstond discussie hoe de oudedagvoorziening geregeld zou moeten worden. Die discussie duurde tientallen jaren, omdat de meningen hierover sterk verschilden. Pas in 1912 werd de nieuwe Armenwet aangenomen. Hierin stond onder andere dat bloedverwanten verplicht waren om ouderen in hun omgeving te onderhouden. Deze zogenaamde ´Onderhoudsplicht´ werd in 1965 afgeschaft.

Woningnood leidt tot bejaardenhuizen
Vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw verandert er veel voor oudere mensen. Vanaf 65 jaar kreeg iedereen een AOW-uitkering. Omdat er zo vlak na de oorlog een enorme woningnood was, moesten de woningen van oudere mensen 'vrij komen' voor jonge gezinnen. Dus belandden veel oudere mensen in die tijd in een bejaardenhuis die met bosjes uit de grond gestampt werden. Toch bleek ook dit uiteindelijk niet de gewenste oplossing en vanaf de jaren '70 kreeg zo lang mogelijk zelfstandig wonen weer meer aandacht. In deze tijd ontstonden allerlei voorzieningen voor zelfstandig wonende ouderen zoals wijkverpleging en aanleunwonningen.

De zorg voor ouderen is beter dan ooit
Tegenwoordig sluit de zorg veel beter aan bij de wensen van ouderen. Er is veel meer aandacht voor het individu en mensen worden zo veel mogelij uitgedaagd nog deel te nemen aan (dagelijkse) activiteiten. Dat is toch heel anders dan de slaapzalen van vroeger, waar oudere mensen de hele dag op bed lagen en het bed en nachtkastje hun enige 'persoonlijke bezittingen' waren. En hoewel er best nog verberpunten te bedenken zijn, kunnen we wel zeggen dat de zorg voor ouderen nog nooit zo goed geweest is als nu!

 

Zorgmedewerker aan het woord - Joke Arends

Joke Arends (38) werkt sinds 8,5 jaar als logopedist bij Stichting De Hoven, in het bijzonder bij verpleeghuis De Twaalf Hoven in Winsum, in de provincie Groningen. Ze zit nu zo'n zestien jaar in het vak, en heeft eigenlijk altijd met ouderen gewerkt.

Wie ben je en waar werk je?
'Mijn naam is Joke Arends, ik ben 38 en werk sinds 8,5 jaar als logopedist bij Stichting De Hoven, in het bijzonder bij verpleeghuis De Twaalf Hoven in Winsum, in de provincie Groningen. ik zit nu zo'n zestien jaar in het vak, en ik heb eigenlijk altijd met ouderen gewerkt.'

Hoe ben je als logopediste in de ouderenzorg beland?
'Dat was een heel bewuste keuze. Ik kan iets betekenen voor mensen die hun leven altijd op hun eigen manier hebben ingericht maar dat nu niet meer zelfstandig kunnen. Vanuit mijn vak kan ik een bijdrage leveren aan hun kwaliteit van leven.'

Wat doe je als logopedist voor ouderen?
'Ten eerste de communicatie. Na bijvoorbeeld een beroerte of door Parkinson kan een taal- of spraakstoornis ontstaan. Daarnaast de problemen op het gebied van slikken of kauwen. Dat kan ook komen door een beroerte, maar er zijn veel meer mogelijke oorzaken: neurologische aandoeningen, krachtverlies of medicatie.'

Wat kun je doen aan kauw- en slikproblemen?
'Soms kun je met specifieke oefeningen de slikfunctie verbeteren. Rechtop zitten is bijvoorbeeld ook belangrijk en je overlegt met de ergotherapeut over het bestek en de drinkbeker. Uitleg aan familie en advies aan de zorgcollega's is belangrijk zodat bewoners de juiste hulp krijgen. Bij alle kauw- en slikproblemen adviseer je om te zorgen voor een veilige voedselconsistentie, dus soms vloeibaar of fijngemaakt.'

Dat klinkt niet zo lekker...
'Gelukkig leven we niet meer in de tijd van alleen maar pap en klaar. Ik probeer altijd om de balans te vinden tussen veilig en lekker. Dus bijvoorbeeld dat je de smaken van de verschillende onderdelen van een maaltijd liefst apart kunt proeven. En als een bewoner fijngemaakt voedsel krijgt, houdt ik in de gaten of dat zo moet blijven. Wanneer iemand na minder goede periode weer opknapt, kan hij of zij soms wél weer een gewonen maaltijd eten.'

Het is natuurlijk niet altijd leuk.
'Nee, het is bijvoorbeeld niet leuk als ik moet zeggen dat het beter is om bepaalde voeding tijdelijk niet te eten. En het is ook weleens ingewikkeld als familie ondanks uitleg op eigen houtje dingen gaat doen. Met de beste bedoelingen hoor. Maar als ze bijvoorbeeld pinda's meebrengen terwijl het kauwen nog niet goed genoeg gaat, dan krijg je gevaarlijke situaties. Dat moet je met elkaar scherp in de gaten houden. En je moet het vooral ook blijven uitleggen; voortdurend de balans zoeken tussen veilig eten en drinken en ervan genieten.'

Wat zijn de mooie momenten?
'Wanneer mensen genieten, doordat je samen ondanks de beperkingen toch een oplossing hebt gevonden. Ik herriner me een mevrouw die sondevoeding had in verband met slikproblemen, maar ze wilde zo vreselijk graag af en toe een ijsje of een kopje koffie. Met deze mevrouw, de familie en het team hebben we de risico's besproken. Mevrouw koos heel bewust voor genieten, ze accepteerde de risico's. En ze genóót! Ooit had ik ook een Parkison-patiënt die moeilijk kon kauwen en slikken. Ik vroeg wat hij nou het allerliefste wilde. Zijn antwoord: knakworstjes! Met zijn doorzettingsvermogen, goede samenwerking binnen het team en de nodige oefening is dat gelukt!'

Hoe belangrijk is de samenwerking met zorgmedewerkers?
'Héél erg belangrijk. Je vult elkaar aan om de oudere mens nog zo compleet mogelijk te laten genieten van het leven. De samenwerking om mensen op een veilige manier van hun eten en drinken te laten genieten is bij ons zeer goed. Daar haal ik veel voldoening uit.'

 

8 tips om meer te bewegen én het vol te houden!

Meer bewegen is een veel gehoorde wens zo in het begin van het nieuwe jaar. Veel mensen beginnen vol goede moed in de sportschool, maar haken na een paar weken ook weer af. Hoe kun je bewegen en het ook volhouden? Probeer van bewegen een 'gewoonte' te maken. Het voelt dan niet als 'sporten', maar het zorgt er wel voor dat je je goed voelt. We geven je 8tips hoe je dat kunt doen.

1. Ga op de fiets naar je werk
Dat kan natuurlijk alleen als je binnen een redelijke afstand van van je werk woont. Moet je met de auto, dan kun je deze een straat verderop parkeren en het laatste stukje lopen. Zo krijg je ook extra beweging!

2. Maak een wandeling met een bewoner
Laat de tijd het toe, maak dan regelmatig een wandeling met bewoners. Een frisse neus zal jullie goed doen.

3. Neem de trap
Het klinkt logisch, maar vaak nemen we toch de lift in plaats van de trap. En weet je wat grappig is? Met de trap ben je vaak nog sneller boven ook. Probeer het maar eens.

4. Oragniseer regelmatig beweegactiviteiten voor je bewoners
Ook voor bewoners is het belangrijk regelmatig te bewegen. Organiseer wekelijks een halfuurtje een beweegactiviteit voor hen en doe zelf lekker mee. Heb je toch weer een half uurtje extra beweging.

5. Loop tijdens het bellen
Krijg je regelmatig telefoon of bel je 's avonds eindeloos met een vriendin? Loop lekker door je huis tijdens het bellen. Voor je het weet heb je weer behoorlijk wat extra stappen gezet.

6. Spreek af om samen te gaan sporten
Wil je graag sporten, spreek dan met iemand af om samen te gaan. Heb je een keer geen zin, dan kan de ander net de stok achter de deur zijn om toch te gaan.

7. Luister naar een boek
Vind je het heerlijk om te lezen, dan plof je al snel op de bank met dat goede boek. Maar heb je al eens gedacht aan een luisterboek? Zo kun je tijdens het wandelen of schoonmaken toch je favoriete boek 'lezen'.

8. Stel een doel
Vind je het moeilijk het vol te houden? Stel jezelf dan een doel. Een stappenteller kan daarbij helpen. Zo kun je met jezelf afspreken hoeveel stappen je elke dag wil lopen. Dat helpt om het vol te houden.

 

Avallen? Zo gaat het lukken!

In het begin van het jaar staat afvallen hoog op het lijstje van mijn collega's. Gelukkig weten ze me dan te vinden als ze vragen hebben. Zo ook Jan die vol enthousiasme aan de slag is gegaan, maar het moeilijk vindt om zijn voeding écht aan te passen en het ook vol te houden. Omdat ik heel veel merk dat mensen het moeilijk vinden hun eetpatroon blijvend aan te passen, kon ik hem wel wat tips geven....
Zorg voor regelmaat!
Probeer op vaste tijden te eten, als je vrij bent én als je moet werken. Het is makkelijk om even iets naar binnen te werken tussen de bedrijven door, maar vaak is er wel een moment om te zitten bij je bewoners en mee te eten. Probeer 3 hoofdmaaltijden en 3 tussendoortjes te nemen, zoals fruit, een rijstwafel met hummus, een handje noten, een paar tomaatjes: er is genoeg keus! Probeer daarnaast altijd zittend aan tafel te eten, pas dan ben je echt bewust van wat je eet.
Drink!
Probeer elke dag genoeg te drinken: 2 liter. Dat klinkt veel, maar alles telt mee, ook zuivel zoals magere melk bij je broodmaaltijd. Vind je water saai? Je kunt tegenwoordig overal flesjes kopen met een filter, waar je met bijvoorbeeld citroen en munt of een ander fruit een lekker gezond smaakje aan je water geeft. Een bijkomend voordeel: een flesje zorgt ervoor dat je makkelijk een slokje extra neemt en je kunt zien hoeveel je drinkt!
Minder vlees!
Probeer eens wat vaker een dagje zonder vlees, vervang dit door bijvoorbeeld peulvruchten. Er zijn tegenwoordig zoveel lekkere vegetarische recepten te vinden, dat je vlees niet hoeft te missen! Als je dit goed vervangt dan heb je geen extra vitamines en mineralen nodig.
Kleine stappen!
Probeer niet te grote doelen te stellen, maar kijk naar wat haalbaar is. Als je nooit fruit eet, is twee keer per dag wel een grote stap. Probeer dan te starten met drie keer per week, en bouw dit dan op. Leg de lat niet te hoog voor jezelf: 10kg in een maand afvallen is moeilijk en niet gezond. 10% gewichtsverlies in een half jaar is een mooi doel!
Beweeg!
Misschien is sporten voor jou niet haalbaar met onregelmatige werktijden, maar tegenwoordig zijn stappentellers overal verkrijgbaar. Probeer elke dag minstens 10.000 stappen te lopen, en probeer een gedeelte daarvan buiten te doen om je hoofd leeg te maken en wat frisse lucht binnen te krijgen.
Ik hoop dat je zo fris aan 2018 kunt beginnen! Mocht je er toch meer moeite mee hebben? Natuurlijk mag je genieten van je welverdiende rust en hoef je niet iedere avond naar de sportschool. Maar neem dan een glas thee of een schaaltje magere kwark met fruit. Zo geniet je toch van het moment!
Met Jan gaat het best goed, hij is inmiddels 2,5 kilo afgevallen en voelt zich een stuk fitter. Op moeilijke momenten belt hij me soms even, als extra steuntje in de rug. Want laten we eerlijk zijn, afvallen is toch ook niet zo gemakkelijk als het lijkt?

Over Sabine Abbink-van den Berg
Sabine is diëtist voor geriatrie en ouderen

 

Heb je een vraag over gezonde voeding?

Ben je het nieuwe jaar goed begonnen en let je extra goed op wat je eet? Dan heb je misschien een vraag over gezonde voeding.

Is quinoa nou echt zo gezond? Is zuivel goed voor je? En hoe zit het met eiwitten? Is het onverstandig om na acht uur 's avonds nog te eten?

Onze voerdingskundige beantwoordt regelmatig jouw vragen over voeding. Of leg je vraag voor aan je collega's op onze Facebookpagina.

 

Nachtdienst: waarom voldoende slaap belangrijk is

We herkennen het allemaal: als we langere tijd te weinig slapen zijn we moe, worden we prikkelbaar en kunnen we ons minder goed concentreren. Zeker als je onregelmatig werkt ligt vermoeibaarheid op de loer.

Dag- en nachtritme
Ons lichaam is gewend om 's nachts te slapen en overdag actief te zijn. Licht en geluid spelen hierbij natuurlijk een rol. Maar tijdens de nacht daalt onze lichaamstempratuur en wordt melatonine (slaaphormoon) aangemaakt. Dit dag- en nachtritme noemen we ook wel het bioritme. Het is dus niet vreemd dat je tijdens een nachtdienst moeite hebt wakker te blijven of overdag moeite hebt met slapen.

Nadelen van te weinig slaap
Toch is het belangrijk ook tijdens nachtdiensten zo veel mogelijk uurtjes slaap mee te pakken. Hoeveel dit is, verschilt per persoon. Voldoende slaap betekent overigens niet alleen het aantal uren dat je slaapt. Ook het inslapen, het aantal keer dat je wakker wordt en hoe diep je slaapt, bepaalt of je een goede nachtrust hebt of niet. Of je genoeg slaapt, merk je je snel genoeg: je bent moe en wordt ongeduldiger en chagrijniger. En als je het zelf niet doorhebt, merken je gezinsleden, collega's of bewoners het wel.
Bovendien zorgt slaapgebrek ervoor dat je hormonen die je eetlust regelen in de war worden geschopt. De hormonen die je hongerig maken krijgen de overhand als je te weinig slaapt. Hierdoor ga je meer eten of snacken, wat weer kan zorgen voor ongewenste, extra kilo's. En je weerstand vermindert bij te weinig slaapt, waardoor je eerder ziek wordt. Allemaal zaken die een goede nachtrust (of soms dagrust) meer dan waard zijn!

 

12x waar bewoners blij van worden

Natuurlijk doe je iedere dag je best om het de bewoners naar de zin te maken.
Maar hoe kun je iets extra's doen om een grote glimlach op het gezicht te toveren?
Daar is niet zoveel voor nodig. Kijk maar eens naar deze 12 tips.

Lees hier alle tips >>

 

De chemie van geluk

Een klavertje vier brengt geluk, maar jouw bewoners worden vast veel gelukkiger van jouw verzorging.
Je geeft ze persoonlijke aandacht en af en toe verwen je ze met iets lekkers.
Dat maakt bewoners gelukkig, maar jouw ook!

Lees hier de chemie van geluk >>

 

Column: de laatste fase van het leven

Ouderenarts Yvonne van Ingen schrijft over eten en drinken in de allerlaatste fase van je leven.
Je stopt dan langszaam met het geven van eten en drinken,
En dat vinden veel mensen moeilijk.

Lees hier de volledige collumn >>

 

Zorgmedewerker aan het Woord: Patricia Peeters

Patricia Peeters woonbegeleidster kleinschalig wonen bij Coloriet in Lelystad.
We hebben een apart huisje en regelen alles zelf, van het wassen en aankleden tot koken en schoonmaken.
En we hebben een huiskat: Kees.

Lees hier meer over Patricia >>

 

Dit werk doe je met je hart!

Eén van de eerste dingen die ik altijd uitleg aan nieuwe collega’s, vaak jonge mensen, is: probeer je te verplaatsen in een bewoner. Ik stel me voor dat het voelt alsof je in het buitenland in een overvolle bus zit. Niemand die je begrijpt, maar je voelt lichte paniek. Je weet immers niet waar je bent. Hoe fijn is het dan als iemand even een hand op je schouder legt en zegt dat het allemaal goedkomt. Zo is het ook met onze bewoners, die zich om welke reden dan ook niet volledig bewust zijn van hun omgeving. Door ze te laten weten dat je er voor ze bent voelen ze zich op hun gemak. Dat is gastvrijheid.

Lees hier de volledige column >>

 

Gratis eiwitkaart!

Hier een leuke actie! Tot 15 dec kan een gratis eiwitkaart aangevraagd worden.
Een handige tool waar je in een oogopslag ziet hoeveel eiwitten in verschillende producten zitten. 

Kijk hier hoe je de kaart kunt aanvragen >>

 

Drukke baan...

Zorgmedewerkers hebben een drukke baan. Dit betekent dat de dagen vaak hectisch zijn.
Hoe zorg je ervoor dat er toch een gezonde maaltijd op tafel komt te staan?

Deze maand hebben we hier een handig artikel over geplaatst op Voeding in de Zorg: 

7-tips-voor-een-gezonde-maaltijd

 

Ouderen laten bewegen: maak er een sport van!

Wist je dat de meeste ouderen in zorginstellingen maar vijf minuten per dag bewegen? Als fysiotherapeut wil ik ze graag meer laten bewegen. Laatst nog kwam een dame van 98 in een rolstoel bij me binnen. Ze had een heupkneuzing en was veel te zwaar. Haar hele leven had ze op hoog niveau gedanst, maar kon nu niet eens meer zelfstandig blijven staan.

Zelf in beweging

De eerste stap om ouderen aan het bewegen te krijgen is vaak letterlijk een stap. Heel simpel: vraag eens of iemand zelf kan opstaan in plaats van een bewoner vastpakken en uit de stoel trekken. Wij fysiotherapeuten stimuleren mensen ook om zichzelf aan te kleden of zelfstandig naar de huiskamer te lopen. Alle beweging is meegenomen!

Ik weet het, bewegen kost tijd. En de krapte in de zorg kan ik niet oplossen. Maar ik kan wel mijn kennis overdragen aan anderen. Aan familie bijvoorbeeld of vrijwilligers. Zo kunnen we samen zorgen dat mensen vijf keer in de week matig intensief bewegen. Dat is mijn doel.
Bij veel ouderen is er op den duur sprake van krachtsvermindering en vermindert balans waardoor ouderen sneller vallen en vaak valangst ontwikkelen. Signaleer dit op tijd en schakel een fysiotherapeut in.

Helpen in de keuken

Een hele makkelijke manier om bewoners meer te laten bewegen is om ze laten te helpen tijdens het koken en het dekken van de tafel. En eenmaal aan tafel: mensen zelf laten opscheppen en hun brood laten smeren.

Goede voeding

Gezonde voeding is enorm belangrijk. Eiwitten zijn van belang voor de opbouw en het behoud van spiermassa. Ook vitamine D speelt een belangrijke rol als het om de spieren gaat.

Naar buiten

Met mooi weer verplaats ik de therapie naar buiten, lopen in de vlindertuin of een ritje op de duofiets kan ook, daar genieten ouderen echt enorm van. En bij ons in de zorginstelling hebben tegenwoordig ook een bewegingstrainer, een kruising tussen stoelfiets en een e-bike, gecombineerd met een monitor: zo maak je bijvoorbeeld een virtuele fietstocht door Amsterdam. Geweldig toch?

Aan tafel 

Met de vrouw van 98 gaat het erg goed. Ze heeft nu profijt van haar actieve leven als danseres. Door mijn adviezen is ze meer gaan bewegen. De kneuzing is genezen, het eten smaakt haar beter én ze heeft haar zelfstandigheid terug. En het mooie is: ze stimuleert nu ook anderen om mee te gaan wandelen. Met een hele groep maken ze nu een ommetje!

 

 

Schijf van Vijf: de verschillen

In maart 2016 is de nieuwe Schijf van Vijf gepresenteerd door het Voedingscentrum. Hiermee komt de vorige Schijf van Vijf uit 2004 te vervallen. Maar wat zijn nu de belangrijkste verschillen tussen deze schijven? We hebben de belangrijkste verschillen voor je op een rij gezet.

Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voedingsmiddelen voor ouderen volgens de oude en nieuwe Schijf van Vijf

Vrouwen

Mannen

*in de Schijf van Vijf uit 2004 stonden peulvruchten in het vak aardappelen/rijst/pasta in de nieuwe Schijf van Vijf vinden we de peulvruchten terug in het vak vlees, vis etc.

 

 

Hoe groot zijn de verschillende porties?

Het Voedingscentrum heeft een handig overzicht gemaakt waarin je ziet hoe groot een portie is!
 

 

 

Samen eet je beter!

‘Ik hoef dat rare spul niet!’ hoorde ik laatst op een afdeling. Twee oudere dames waren het roerend met elkaar eens. De zorgmedewerkster keek ze teleurgesteld aan, ze had zo haar best gedaan op de Zuid-Afrikaanse bobotie vol met groente. In steeds meer kleinschalige zorginstellingen wordt zelf gekookt. Dat klinkt mooi, maar ik merk dat het in de praktijk vaak een grote uitdaging is. Zeker als je bedenkt dat er gemiddeld 1 verzorgende per 8 bewoners is. Het eten moet lekker, gezond én snel zijn. De valkuil is om dan maar een van deze criteria te laten vallen en iets ‘makkelijks’ te maken: een maaltijd uit een pakje. Maar dan moet het niet te exotisch zijn, want vaak geldt dan: ‘wat de boer niet kent, dat eet hij niet’.

De zorgmedewerkster vroeg mij om advies: hoe zorg ik dat het gezellig is in de keuken, dat samen koken lukt en dat er de bewoners met smaak eten? Ik gaf haar de volgende tips:

Nodig bewoners uit om te helpen met koken
Niet iedereen kan of wil helpen koken. Maar als alle benodigdheden klaar staan gaat toch vaak iemand spontaan helpen. En dat is logisch, een handeling uit het niets starten is vaak lastig voor bewoners. Het meehelpen met koken zorgt er bovendien voor dat het hoofd en lichaam zich klaar maken om te gaan eten, net als het ruiken van alle kookgeuren.

Dek de tafel voor een gezellige sfeer
Een gedekte tafel zorgt ervoor dat mensen beter eten. Contrasterende kleuren doen het goed, een wit bord op een rood geruit tafellaken, bijvoorbeeld. Maar maak het niet té bont. Het gezichtsvermogen gaat namelijk achteruit als je ouder wordt, waardoor het niet duidelijk meer is of er nou eten op het bord ligt, of dat het decoratie is.

Zelf eten is wel zo leuk
Zet de pannen op tafel en laat de bewoners zelf opscheppen als ze dit kunnen. Een grote tafel is dan alleen niet zo handig, want dan kunnen bewoners er niet bij. Soms lukt het eten met bestek niet meer, waardoor je maar heen en weer blijft rennen om mensen te helpen met eten. Eten met mes en vork is ook een moeilijke taak: kijk maar hoe lang kinderen erover doen om dit te leren! Je kunt ook eens ‘fingerfood’ maken: hapjes die je met je handen kunt eten. Voorbeelden zijn boontjes, wortels, hartige taart en broccoli. Zo kunnen bewoners toch zelf eten en dat is wel zo leuk.

Vooraf het brood smeren zorgt voor rust
Bij de broodmaaltijd kun je vooraf dubbele boterhammen smeren, en mensen daaruit laten kiezen. Dit kunnen ze gewoon met de hand eten en voorkomt irritatie omdat het smeren niet lukt. Bijkomend voordeel is dat je zelf minder heen en weer hoeft te lopen en meer tijd hebt voor de bewoners tijdens de maaltijd.

Smeuïge gerechten, zoals een stamppot vallen in de smaak
Mensen kunnen stamppot vaak nog wel goed met een lepel zelf eten. Als je er hamblokjes of spekjes doorheen doet is er ook geen extra bestek nodig. Maak het extra smeuïg met een beetje jus of appelmoes, voor bewoners die wat meer moeite met kauwen of slikken hebben.

Een kookboek ter inspiratie
Er zijn een heleboel kookboeken met recepten uit grootmoeders tijd, om te variëren in de maaltijden. En ook heel handig: er zijn kookboeken speciaal voor woongroepen, met daarin elke stap zorgvuldig uitgelegd. Voorbeelden hiervan zijn de boeken ‘Tante’s Kookboek’ van tanteLouise-Vivensis en ‘Samen! Koken voor de Groep’.

Een week later was ik op dezelfde plek. Ik rook het meteen: in de keuken stond al een pannetje met stoofvlees te pruttelen. Een vrouw was bezig om rode kool te wassen en een andere dame was appels aan het schillen. En de zorgverleenster? Die keek toe, met een grote grijns op haar gezicht.

 

 

De waarheid over vitamine D

De zon laat zich regelmatig zien en het wordt warmer. Alle reden om lekker met bewoners naar buiten te gaan. Dat is niet alleen leuk, maar ook gezond. Bewoners bewegen en het lichaam maakt vitamine D aan. Maar wat doet deze vitamine eigenlijk? Dit zijn de belangrijkste fabels en feiten:

Elke dag een kwartier tot een half uur buiten zijn is voldoende voor genoeg vitamine D
Fabel en feit!
Elke dag een kwartier tot een half uur naar buiten is nodig om vitamine D aan te maken uit zonlicht, dat klopt! Maar, het is niet voldoende. Iedereen boven de 70 jaar heeft 20 microgram extra vitamine D per dag nodig.

Vitamine D en calcium werken samen
Feit!
Door vitamine D wordt calcium goed opgenomen in het lichaam. Calcium draagt bij aan het behoud van normale botten. Calcium zit in zuivel, brood, groenten, peulvruchten en aardappelen. Zuivel zorgt voor 61% van de calciuminname bij ouderen.

In de schaduw maak je geen vitamine D aan
Fabel!
Ook in de schaduw of met bewolkt weer maak je vitamine D aan, maar minder dan in de zon.

Je legt een vitamine D-voorraad aan in de zomer
Feit!
In de zomer maakt het lichaam vaak meer vitamine D aan dan we dagelijks nodig hebben. Dit wordt in het lichaam opgeslagen als ‘wintervoorraad’.

Een vitamine D-tekort komt veel voor
Feit!
Ruim 25% van de zelfstandig wonende ouderen heeft een tekort aan vitamine D. Bij ouderen in verzorgings- en verpleeghuizen is dit zelfs 60-80%.

Bronvermelding:
Bron:

RIVM
NVKC

 

 

6 redenen waarom bewoners te weinig drinken

Een heerlijke, zomerse dag. Voor ons een reden om een lekkere kan koude limonade of water met een smaakje klaar te hebben staan. Maar voor ouderen is dit niet vanzelfsprekend.

Gemiddeld moeten we 1,7 liter vocht per dag binnen krijgen. Dat is voor veel bewoners best veel. Maar waarom eigenlijk?

  1. Door pijn, moeheid of lusteloosheid kost drinken soms veel moeite.
  2. Bewoners zeggen vaak niet dat ze dorst hebben, omdat ze je niet tot last willen zijn.
  3. Angst voor ongewenst urineverlies of om naar het toilet te gaan vanwege pijn of moeite die het kost, belemmert mensen om te drinken.
  4. Ouderen hebben een verminderde dorstprikkel waardoor ze geen ‘seintje’ krijgen om te drinken.
  5. Bewoners worden te weinig verleid om te drinken. Zet ook voor hen eens zo’n kan lekker drinken voor hen klaar!
  6. Als bewoners  drinken niet zien staan, denken ze er ook niet aan. Zien drinken doet drinken!

Probeer te achterhalen waarom iemand niet wil of kan drinken. Misschien dat het met deze tips wel lukt!

 

 

5 tips om bewoners voldoende te laten drinken

Een mens moet gemiddeld 1,7 liter vocht uit drank per dag binnen krijgen. Het is belangrijk voor bewoners om voldoende te drinken, vooral in de zomer. Met deze vijf tips motiveer je je bewoners om voldoende te drinken:

  1. Leg uit dat het belangrijk is voor het welzijn van de bewoner om voldoende te drinken.
  2. Ga regelmatig even naast iemand zitten en een beetje kletsen. Aandacht en afleiding zorgt ervoor dat de bewoner makkelijker iets drinkt.
  3. Loop na het uitschenken langs de bewoners om te helpen waar nodig. Help ze kleine slokjes nemen, geef ze een compliment en kijk of ze nog iets extra’s willen.
  4. Presenteer de ruime keuze aan drankjes en zet verschillende dranken op tafel. Variatie motiveert om meer drinken.
  5. Presenteer een drankje op een leuke manier. We hebben een aantal eenvoudige recepten voor ‘cocktails’ waarmee je de bewoners kan verrassen met een vrolijk, zomers drankje!